Het misverstand rond OBMI
Een CCV-diploma “Opgeleid Beheerder Brandmeldinstallatie” bestaat niet. Bij het CCV is OBMI de afkorting van Onderhoudsdeskundige Brandmeldinstallaties, en dat diploma hoort bij de monteur die het onderhoud doet. Uw beheerder volgt een cursus die los van het CCV-schemastelsel wordt gegeven.
Zo’n cursus heeft wel degelijk waarde. Het verklaart alleen waarom u uw beheerder in het CCV-register nergens terugziet. Krijgt u een geldigheid van drie jaar voor een beheerderscertificaat te horen, vraag de opleider dan op welke eis uit de norm die termijn rust.
Wat de beheerder doet, en wat het onderhoudsbedrijf
| Beheerder (uw kant) | Onderhoudsbedrijf |
|---|---|
| Het beheer en de periodieke controle doen, en alles bijhouden: testen, uitschakelingen, storingen, reparaties, wijzigingen en onderhoud. | Periodiek en correctief onderhoud, door een onderhoudsdeskundige. |
| Het onderhoud op tijd laten uitvoeren en de punten uit het rapport afhandelen. | Een onderhoudsrapport maken waarin elk punt met ja of nee is beantwoord. |
| Zorgen dat de monteur bij zijn bezoek de basisgegevens kan inzien. | Aangeven dat de basisgegevens missen of verouderd zijn. |
| In bijzondere situaties een melder tijdelijk uitzetten. Dat gebeurt alleen bij uitzondering en wordt altijd vastgelegd. | Het zwaardere werk, waarvoor een erkend branddetectiebedrijf nodig is. |
| Aanspreekpunt zijn voor brandweer en branddetectiebedrijf. | Adviseren over de onderhoudsfrequentie op basis van fabrikantvoorschriften, leeftijd, conditie en verzekeringseisen. |
Die verdeling volgt de opbouw van de norm. Beheer en periodieke controle door de gebruiker hebben een eigen hoofdstuk, en de twee hoofdstukken daarna gaan over het onderhoud door de deskundige. Hoe dat onderhoud bij een installatie in gebruik verloopt, leest u op onze zustersite bij onderhoud van een brandmeldinstallatie.
De zin die de verhouding samenvat
Het CCV legt het helder neer. Het onderhoudsbedrijf is verantwoordelijk voor goed onderhoud. Dat de brandbeveiliging als geheel goed is en werkt, valt onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Volgens het onderhoudsschema blijft die verantwoordelijkheid bij de gebruiker liggen, ook tijdens onderhoud, bij een tijdelijk onbruikbare installatie en wanneer er iets aangepast moet worden.
Voor een projectleider komt dat neer op twee overdrachten bij oplevering: de installatie en de rol van beheerder. Wijst niemand die rol toe, dan is de installatie vanaf de eerste dag formeel zonder beheerder.
Bij een huurderswissel verdwijnt de beheerder stilletjes
De installatie blijft hetzelfde. Wat wel verandert: wie de taken van de beheerder doet en wie de handtekening in het logboek zet. Vaak vertrekt de facilitair medewerker met de oude huurder mee, en vergeet iedereen een opvolger aan te wijzen.
Loop daarom bij elke wissel na wie de beheerder nu is, waar het logboek staat en wie de brandweer moet bellen als er iets is.
En de ontruimingsoefening?
De wet schrijft geen vaste frequentie voor. In het Besluit bouwwerken leefomgeving komt het woord “oefening” niet voor, de Arbowet koppelt geen frequentie aan de bedrijfshulpverlening, en uit het Arbobesluit is de bepaling hierover begin 2007 geschrapt.
Oefenen loont toch. Een verslag van een brand- of ontruimingsoefening is bij de inspectie sterk bewijs, naast het ontruimingsplan of bhv-plan, dat de installatie en de alarmorganisatie bij elkaar passen.
Wij leggen brandmeldinstallaties aan, vervangen ze en onderhouden wat wij zelf hebben gebouwd. Keuren doet een onafhankelijke inspectie-instelling.