Naar de inhoud
036 52 98 447 Adviesgesprek plannen

Projectering volgens NEN 2535

Projectering vertaalt de eis uit het programma van eisen naar bewakingsomvang, meldertypen, posities en zone-indeling. Veel afkeurpunten ontstaan in deze fase. Meestal ligt dat aan een projectering voor een gebouw dat tijdens de bouw van vorm veranderde, en zelden aan de montage.

01 Uitgangspunten 02 Programma van eisen 03 Projectering 04 Uitvoering 05 Oplevering 06 Inspectie

Zo projecteren wij een brandmeldinstallatie

  1. Eis en gebruik naast elkaarWe leggen het programma van eisen naast hoe de ruimtes echt gebruikt worden. De plattegrond uit de vergunningsaanvraag is een startpunt, en het basisontwerp uit het uitgangspuntendocument geeft de doelen.
  2. Per ruimte een melderHet gebruik bepaalt het type. Een keuken krijgt een hittemelder, een kantoor een rookmelder. We noteren per ruimte ook de plafondhoogte, want daar hangt af of een puntmelder werkt.
  3. Zones en groepenElke meldergroep krijgt een eigen detectiezone en één soort melders. Het zoneplan zegt welk nummer op het paneel bij welke ruimte hoort.
  4. De sturingen vastleggenIn de stuurfunctiematrix staat welke melding welke deur, lift of ontruiming aanstuurt. Die matrix testen we later bij de inbedrijfstelling regel voor regel.
  5. Wijzigingen doorgevenBij lopende projecten vragen we uitdrukkelijk om elke bouwkundige wijziging, want zo’n wijziging raakt bijna altijd de plaats, het type of het aantal melders. De tekening werken we meteen bij.

“Brandmeld- en rookdetectie voor een pand met negen ruimtes inclusief keuken; kunnen jullie offreren?”

Koen, adviseur: Ja. We beginnen met een adviesgesprek en lopen de negen ruimtes een voor een langs, want het gebruik bepaalt de melder. In de keuken komt een hittemelder in plaats van een rookmelder: damp en kookdamp laten een rookmelder vals afgaan. Die hittemelder krijgt zijn eigen meldergroep, omdat een groep maar één soort melders mag bevatten. Daarna volgt de offerte met een plan van aanpak.

Waar het inspectieschema de projectering op toetst

Op acht punten: bewakingsomvang, aantal en plaats van de melders, het meldertype, afstand tot stoorbronnen, geschiktheid voor de ruimte, handbrandmelders, meldergroepen en onderhoudbaarheid. Ze zijn concreet genoeg om er vóór het ontwerp rekening mee te houden. Achteraf kost elk punt een aanpassing op de bouwplaats.

  • Bewakingsomvang. De omvang die de regelgeving voor de gebruiksfunctie vraagt, moet gerealiseerd zijn. Vlucht men door een ruimte met een andere gebruiksfunctie, dan moet ten minste het gemeenschappelijke gebied bewaakt zijn.
  • Aantal en positie van melders. Die moeten samen zorgen voor tijdige detectie, zo nodig onderbouwd met een luchtsnelheidsmeting.
  • Meldertype tegenover de prestatie-eis. De uitvoering van de melder moet de gestelde eis over brandgrootte correct invullen.
  • Afstand tot stoorbronnen. De positie mag geen overschrijding van de prestatie-eis voor ongewenste en onechte meldingen indiceren.
  • Geschiktheid voor de ruimte. Componenten moeten bestand zijn tegen temperatuur, vocht, stof, agressieve dampen, explosiegevaar en elektromagnetische velden.
  • Handbrandmelders. Voldoende, op logische plaatsen in het kader van blussen en evacueren, zichtbaar en bereikbaar. De relatie met het bhv-plan moet aantoonbaar zijn.
  • Meldergroepen. Elke groep moet een correcte relatie met een detectiezone hebben en mag maar één soort melders bevatten.
  • Onderhoudbaarheid. Alle componenten zo gepositioneerd dat beheer en onderhoud adequaat kunnen.

Het laatste punt kost op termijn het meeste geld. Een melder boven een vaste installatie of in een atrium zonder bordes is elk jaar opnieuw een hoogwerker.

Voor de normversie geldt sinds de Omgevingswet een nuance. NEN 2535 wordt voor bestaande bouw gehandhaafd op de versie uit 1996 en voor nieuwbouw op die uit 2017. Vernieuwt u de installatie geheel, dan gelden de nieuwbouweisen. Laat u een deel hangen, de bekabeling bijvoorbeeld, dan toetst men het nieuwe deel aan het rechtens verkregen niveau. Voor de projectleider bepaalt dat vaak of een renovatie gefaseerd of in één keer gaat.

Bedienpaneel van een brandmeldcentrale met veertig genummerde zones
Veertig zones op het paneel, en niets dat zegt welke ruimte dat is. Dat staat in het zoneplan, en bij een verbouwing blijft dat als eerste liggen. Beeld: fabrikant, met een Engelstalig scherm.

Bronnen: het inspectieschema voor brandmeldinstallaties van het CCV, NEN 2535 en het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Nagekeken door Koen, adviseur · bijgewerkt op 8 november 2026
Wij leggen brandmeldinstallaties aan, vervangen ze en onderhouden wat wij zelf hebben gebouwd. Keuren doet een onafhankelijke inspectie-instelling.
Project

Kantoorpand Eindhoven

30rookmelders
2hittemelders
4handmelders

In een kantoorpand in Eindhoven legden wij in opdracht van de aannemer een nieuw brandmeldsysteem van Ajax aan. Het pand heeft een begane grond en twee verdiepingen. Een deel van de kantoren heeft een open plafond met luchtkanalen, een ander deel een systeemplafond.

De centrale kreeg een eigen datakabel en een eigen stroomkabel. Daarna hingen we de melders op, leerden ze in en liepen we een eerste systeemtest: op elke plek moesten de sirenes te horen zijn.

Bij het tweede bezoek ging er een simkaart in de centrale. We testten elke handmelder op sabotage en op activering, en een deel van de rookmelders op sabotage.

Daarna werkten we de tekening bij met wat er nog moest gebeuren en wat er niet klopte. Bij de laatste ronde zetten we de melders die nog niet hingen op de tekening. Volgens de monteur ging het bij een deel daarvan om plekken waar het plafond te hoog zit. Daarom hoort de plafondhoogte van elke ruimte al in de projectering thuis.

Achterplaat van het bediendeel aan de wand, met de datakabel en de stroomkabel aangesloten.
De centrale kreeg een eigen data- en stroomkabel.
Zwarte rookmelder midden in een plaat van een wit systeemplafond.
Rookmelder in een systeemplafond.
Rode handbrandmelder op een witte wand naast een raamkozijn.
Een van de vier handmelders, getest op sabotage en op alarm.
Zwarte rookmelder aan het plafond van een techniekruimte, onder een stalen kanaal en boven een kabelgoot.
Ook de techniekruimte heeft een melder.

Vragen over de projectering

Is NEN 2555 de norm voor het projecteren van een brandmeldinstallatie?

Nee. NEN 2555 gaat over rookmelders in woningen; een brandmeldinstallatie met centrale, zones en doormelding projecteert u volgens NEN 2535.

Rookmelders volgens NEN 2555 zijn losse melders, vaak op netspanning en onderling gekoppeld, zonder centrale. In een appartementengebouw kunnen ze naast elkaar bestaan: rookmelders in de woningen, een brandmeldinstallatie in de gemeenschappelijke ruimten.

Mag de projectering afwijken van NEN 2535?

Ja, als een verifieerbaar proefbrandrapport de doeltreffendheid aantoont: op de meest ongunstige locatie, onder de meest ongunstige omstandigheden en met videoverslag. Zonder dat rapport is de afwijking een afkeurpunt.

Dat is bruikbaar bij hoge ruimtes, atria, koelcellen en hallen met sterke luchtbeweging. Ook waar het risico niet uit de gebruiksfunctie volgt, zoals een laadhoek voor e-bikes, vraagt de projectering maatwerk; zie accu’s in het bedrijfspand.

Waarom hoort de plafondhoogte al in de projectering?

Omdat een puntmelder maar tot een bepaalde hoogte werkt. Wie de hoogte pas op de bouwplaats ontdekt, heeft een melder die niet kan hangen waar de tekening hem zet.

Bij ons project in een kantoorpand in Eindhoven bleef aan het eind een deel van de melders op de tekening staan. Volgens de monteur ging het bij een deel daarvan om plekken waar het plafond te hoog zit.

Wat ziet de brandweer van de zone-indeling?

Op het bedienpaneel alleen een zonenummer. Welke ruimte bij dat nummer hoort, staat in het zoneplan, en dat plan moet kloppen met het gebouw zoals het nu is.

Juist het zoneplan blijft na een verbouwing vaak op de oude stand staan. Ook de stuurfuncties worden bij de inspectie tegen de matrix gelegd: staat die op papier goed maar is hij nooit in de centrale ingevoerd, dan komt dat pas bij de test boven.

  1. 1 Adviesgesprek
  2. 2 Plan van aanpak
  3. 3 Aanleg
  4. 4 Oplevering

Gaat er een brandmeldinstallatie aangelegd worden? Begin met een adviesgesprek over de aanleg.

We nemen de tekening, het programma van eisen en de bouwplanning met u door. U hoort waar de melders komen, wat er aan kabels en centrale bij komt kijken en waar de inspectie in de planning hoort. Daarna volgt een offerte met een plan van aanpak per fase.

Voor
Nieuwbouw, vervanging, uitbreiding en verbouwing.
Mee te sturen
Plattegrond, PvE of een ontwerp van een derde. Een foto van de centrale mag ook.
Liever bellen
036 52 98 447
Stap 1 is altijd een gesprek

Leg uw tekening bij ons neer

In het adviesgesprek kijken we of de projectering past bij hoe het gebouw gebruikt wordt, wat er in het dossier nog ontbreekt en waar het certificaat uw planning kan ophouden. Daarna volgt een offerte met een plan van aanpak per fase.

Bedrijf
Onderdeel van de MegaSnel-groep
Telefoon
036 52 98 447
Adres
Verfmolenstraat 4
1333 AV Almere
KvK
34139868