Laat u een deel van de installatie hangen, zoals de bekabeling, dan valt het vernieuwde deel onder het rechtens verkregen niveau. Voor de opdrachtgever kan dat beslissen of het project naar de nieuwste normversie moet.
Zo vervangen wij een brandmeldcentrale
- Is het nu nodig?Eerst kijken wij of vervangen op dit moment echt nodig is. Is het antwoord nee, dan hoort u dat ook.
- Geheel of in delenMoet het wel, dan bepalen wij vooraf of het project een gehele vernieuwing wordt of een deellevering. Die keuze legt vast onder welke eisen het werk valt, en die maakt u als opdrachtgever het liefst bewust.
- Het oude niveau op papierWij zoeken het oorspronkelijke uitgangspuntendocument en het programma van eisen op. Ontbreken ze, dan halen we de uitgangspunten terug uit wat er hangt.
- Montageplaat en kabelinvoerDie bepalen bij een vervanging vaak meer werk dan de centrale zelf. Wij kijken er vóór de offerte naar.
- Vervangen en vastleggenNa de montage werken wij de tekeningen, de stuurfunctiematrix en het logboek bij, zodat de nieuwe installatie op papier klopt.
Heeft een andere installateur de installatie aangelegd, dan houden wij een vaste volgorde aan. Wij beoordelen eerst de installatie en het dossier, daarna krijgt u ons advies, en is vervangen de route, dan vervangen wij. Onderhoud komt pas daarna, op de installatie die wij zelf hebben aangelegd. Een bestaande installatie van een andere installateur nemen wij niet in onderhoud.
Wat de regels zeggen over vervangen
Een wettelijke levensduur bestaat niet. Het Informatiepunt Leefomgeving noemt ongeveer vijftien jaar als gebruikelijke afschrijvingstermijn, en zegt er nadrukkelijk bij dat bij toetsing de feitelijke situatie telt. Marktpartijen rekenen meestal met rond tien jaar, technisch en economisch, en raden aan de vervanging tussen jaar twaalf en vijftien in te plannen. Een onderbouwing voor dat verschil geeft geen van die bronnen.
Bestaande bouw wordt gehandhaafd op NEN 2535:1996, nieuwbouw op de versie uit 2017. Een oude installatie is dus niet automatisch onrechtmatig.
Het certificatieschema onderscheidt drie soorten werk aan een bestaande installatie, en welke het is, bepaalt of er een certificaat kan volgen. Levering: certificaat verplicht. Deellevering: toegestaan, mits de documentatie is bijgewerkt en vastgelegd. Kleine aanpassing, zoals één melder erbij in een zone die er al is: certificaatafgifte is dan niet toegestaan.
Voor draadloze componenten volgens EN 54-25 legt de norm een ondergrens voor de batterij vast: ten minste zesendertig maanden normaal bedrijf, plus vijftien procent marge. Is een batterij op, dan volgt binnen zestig minuten een storingsmelding en blijft er nog dertig minuten alarmreserve over. Fabrikanten geven bij standaardinstellingen vijf tot zeven jaar op, afhankelijk van het apparaat. Leg dat ritme vast in het onderhoudsplan.
Bronnen: het Informatiepunt Leefomgeving, NEN 2535, EN 54-25 en het certificatieschema voor brandmeldinstallaties van het CCV.
Wij leggen brandmeldinstallaties aan, vervangen ze en onderhouden wat wij zelf hebben gebouwd. Keuren doet een onafhankelijke inspectie-instelling.